a

a
art. a ( eerste letter v.h. alfabet ); een ( onbepaald lidwoord ), gebruikt met zelfstandige naamwoorden
a1, A
[ ee] 〈zelfstandig naamwoord; meervoud: a's, A's〉
a, A
de eerstede beste/hoogste (rang/graad); 〈attributief ook〉 eersteklas
voorbeelden:
not know A from B geen a voor een b kennen
     A-1 eersteklas, prima
     John got an A for his essay Jan kreeg een negen voor zijn opstel
————————
a2
[ ə, 〈sterk〉 ee] , 〈voor ker en vaak voor een onbeklemtoonde lettergreep beginnend met h-〉 an [ ən, 〈sterk〉 ee] 〈lidwoord〉
〈onbepaald〉een
〈voor eigennaam〉een (zekere)ene
〈voor niet-telbaar zelfstandig naamwoord〉een (soort)
per
de/hetzelfde
voorbeelden:
1   a child needs love een kind heeft liefde nodig
     a hundred honderd
2   a Mr Smith een zekere meneer Smith
3   an unknown cocoa een onbekende cacaosoort
4   five times a day vijf keer per dag
5   all of an age allemaal even oud

English-Dutch dictionary. 2013.

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”